Geopenbaard aan de bahá’ís van de Verenigde Staten en Canada

O God, mijn God! Gij ziet hoe diepe duisternis ieder gebied omringt, hoe alle landen branden met het vuur van tweedracht, en de brand van oorlog en slachting in het Oosten en in het Westen woedt. Er vloeit bloed, de grond is met lijken bedekt en er liggen afgehouwen hoofden in het stof van het slagveld.

O Heer! Heb medelijden met deze onwetenden, zie op hen neer met de blik van vergeving en gratie. Doof dit vuur, opdat deze zware wolken die de horizon verduisteren worden verdreven, de Zon van Werkelijkheid gaat schijnen met de stralen van verzoening, deze duisternis wordt verjaagd en het prachtige licht van vrede over alle landen schijnt.

O Heer! Redt de mensen uit de diepe poel van haat en vijandschap en verlos hen van deze ondoordringbare duisternis. Verenig hun harten en verhelder hun ogen met het licht van vrede en verzoening. Verlos hen uit het diepe dal van oorlog en bloedvergieten, en bevrijd hen van het duister van dwaling. Neem de sluier voor hun ogen weg en verlicht hun hart met het licht van leiding. Bejegen hen met Uw tedere erbarmen en mededogen, en behandel hen niet naar Uw gerechtigheid en toorn die de ledematen der machtigen doen beven.

O Heer! Oorlogen duren voort. Vrees en ellende nemen toe, en ieder vruchtbaar gebied ligt braak.

O Heer! De gemoederen zijn bezwaard en de mensen leven in zielensmart. Ontferm U over deze armzaligen en laat hen niet over aan de uitspattingen van hun eigen begeerten.

O Heer! Laat in Uw landen nederige en ootmoedige zielen verschijnen van wie het gelaat verlicht is met de stralen van leiding, die onthecht zijn van de wereld, Uw Naam verheerlijken, Uw lof zingen en de geur van Uw heiligheid onder de mensheid verspreiden.

O Heer! Sterk hun rug, omgord hun lendenen en breng hun hart in vervoering met de machtigste tekenen van Uw liefde.

O Heer! Zij zijn waarlijk zwak, en Gij zijt de Krachtige en de Machtige; zij zijn krachteloos, en Gij zijt de Helper en de Barmhartige.

O Heer! De zee van oproer zwelt aan en deze zware stormen zullen alleen tot bedaren komen door Uw grenzeloze genade die alle gebieden omvat.

O Heer! De mensen bevinden zich waarlijk in de afgrond van hartstocht, en niets dan Uw oneindige milddadigheid kan hen redden.

O Heer! Verdrijf het duister van deze verdorven begeerten en verlicht de harten met de lamp van Uw liefde die alle landen eerlang zal verlichten. Bekrachtig bovendien Uw geliefden, zij die hun vaderland, hun familie en hun kinderen achterlieten, en uit liefde voor Uw schoonheid naar vreemde landen zijn gereisd om Uw geuren te verspreiden en Uw leringen te verbreiden. Weest Gij hun metgezel in hun eenzaamheid, hun helper in vreemde landen, de verdrijver van hun verdriet, hun trooster bij rampspoed. Weest Gij een verfrissende dronk voor hun dorst, een geneesmiddel voor hun ziekten en een balsem voor hun brandend hartsverlangen.

Waarlijk, Gij zijt de Grootmoedigste, de Heer van overvloedige genade en waarlijk, Gij zijt de Meedogende en de Barmhartige.

‘Abdu’l-Bahá

App icon
Bahá’í Prayers
Get the app
font
size
a
theme
Day
Night
font
Sans
Serif
contact us
translations
Currently reading prayer in Nederlands.
This prayer is also available in:
App icon
Bahá’í Prayers
Get the app