Geprezen en verheerlijkt zijt Gij, o mijn God! Ik smeek U, bij het zuchten van hen die U liefhebben en bij de tranen vergoten door hen die ernaar verlangen U te aanschouwen, mij in Uw Dag Uw tedere genade niet te onthouden, en mij de melodieën van de Duif die Uw één-zijn verheerlijkt in het licht dat van Uw gelaat straalt niet te ontzeggen. Ik verkeer in nood, o God! Zie hoe ik mij stevig vasthoud aan Uw Naam, de Albezitter. Ik zal zeker ten onder gaan; zie hoe ik mij vastklamp aan Uw Naam, de Onvergankelijke. Ik smeek U daarom bij Uzelf, de Verhevene, de Allerhoogste, mij niet over te laten aan mijn eigen ik en aan de verlangens van een verdorven aard. Houdt Gij mijn hand vast met Uw hand van macht, en verlos mij uit de diepten van mijn fantasieën en nutteloze verbeeldingen, en zuiver mij van al wat U weerzinwekkend is.

Zorg dan dat ik mij geheel tot U keer, mijn gehele vertrouwen in U stel, bij U schuil en naar Uw aangezicht vlucht. Gij zijt waarlijk Degeen die door de kracht van Zijn macht al wat Hij wenst doet, en door de macht van Zijn wil al wat Hij verkiest beveelt. Niemand kan de werking van Uw gebod weerstaan; niemand kan het verloop van Uw beschikking wijzigen. Gij zijt in waarheid de Almachtige, de Alglorierijke, de Milddadigste.

Bahá’u’lláh

Bahá’í Prayers
Get the app
share prayer
Share on Facebook
Tweet
Bahá’í Prayers
Get the app